Expertisecentrum Europees Recht

Diensten (vrij verkeer)

Het vrij verkeer van diensten is neergelegd in artikel 56 EU-Werkingsverdrag (oud artikel 49 EG). Artikel 57 EU-Werkingsverdrag geeft de definitie van een dienst: er moet sprake zijn van 'dienstverrichtingen welke gewoonlijk tegen vergoeding geschieden', met andere woorden de dienstverlener moet een economische activiteit verrichten. Artikel 57 EU-Werkingsverdrag stelt verder dat het begrip 'dienst' met name werkzaamheden omvat van industriële of commerciële aard, van het ambacht of van de vrije beroepen. Het betreft hier een niet-limitatieve opsomming, die in de rechtspraak aanmerkelijk is uitgebreid (zie onder meer zaken Dona (13/76), Debauve (52/79), Schindler (C-275/92), Luisi en Carbone (286/82 en 26/83), Jany (C-268/99)).
Het vrij verkeer van diensten vertoont gelijkenissen met de vrijheid van vestiging. Toch bestaat er een onderscheid: Het verrichten van diensten heeft geen duurzaam karakter (ziet op een tijdelijke activiteit), terwijl duurzaamheid juist het kenmerk is van de vrijheid van vestiging. In concrete situaties kan de vraag of een beroep gedaan kan worden op de vrijheid van vestiging of het vrije dienstenverkeer desalniettemin lastig te beantwoorden zijn (zie bijvoorbeeld zaak C-112/91,Werner).

Op grond van artikel 56 EU-Werkingsverdrag kunnen alle EU-onderdanen grensoverschrijdende diensten verrichten zolang zij in een lidstaat gevestigd zijn. Het recht op vrije dienstverlening is derhalve niet inroepbaar voor onderdanen van derde landen. Volgens het tweede lid van artikel 56 EU-Werkingsverdrag kunnen de Raad en het EP hier wel verandering in brengen; zij kunnen door middel van wetgeving de bepalingen over de diensten ook van toepassing verklaren ten gunste van onderdanen van derde landen.
De vrijheid om diensten te ontvangen daarentegen is niet onderworpen aan dit strenge vestigings- en nationaliteitscriterium en daardoor wèl door onderdanen van derde landen in te roepen. Alhoewel artikel 57 EU-Werkingsverdrag slechts spreekt van een zich verplaatsende dienst verlener, blijkt uit de rechtspraak van het Europese Hof dat ook wanneer de dienst ontvanger ( 286/82 en 26/83, Luisi en Carbone, C-169/08, Presidente del Consiglio dei Ministri), zowel de dienstverlener als de dienstontvanger ( C-154/89, Toeristengids) of de dienst zelf ( C-353/89, Mediawet) zich grensoverschrijdend verplaatst, de bescherming van artikel 56 EU-Werkingsverdrag ingeroepen kan worden.

Via het linkermenu komt u bij de volgende onderwerpen:

  • Belemmeringsverbod en uitzonderingen
  • Dienstenrichtlijn