Expertisecentrum Europees Recht

Justitie en binnenlandse zaken

In de afgelopen vijftig jaar heeft de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (JBZ) zich op verschillende niveaus ontwikkeld: bilateraal, regionaal (bv. in het kader van de Raad van Europa) en zelfs mondiaal (dankzij Interpol en de Verenigde Naties). Deze samenwerking heeft zich nu ook binnen de Europese Unie ontwikkeld. Hoewel het vrij verkeer van personen op het grondgebied van de EU reeds vanaf 1957 een van de doelstellingen was van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag), was er nog volstrekt geen sprake van maatregelen op het gebied van grensoverschrijding, immigratie of visumbeleid. Het vrij verkeer werd toen gezien uit economisch oogpunt en had uitsluitend betrekking op werknemers. Vanaf de jaren zeventig wilde men deze vrijheid van verkeer tot alle burgers uitbreiden. Daardoor en door de ontwikkeling van bepaalde verschijnselen zoals de grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, de drugshandel , de clandestiene immigratie en het terrorisme besloten de lidstaten van de Europese Unie om op het gebied van justitie en binnenlandse zaken intensiever samen te werken.

In het Verdrag van Maastricht vormde het JBZ-beleid de zogenoemde 'derde pijler' van de Europese Unie. Met het Verdrag van Amsterdam werd een deel van het JBZ-beleid, namelijk visa asiel,, immigratie ondergebracht bij de eerste pijler (het EG-verdrag, de 'communautaire pijler'). Sinds het Verdrag van Lissabon is het JBZ-terrein volledig onderdeel van het EU-werkingsverdrag.

Overzicht van het EU-beleid op het gebied van Justitie, vrijheid en veiligheid
Overzicht van het EU-beleid op het gebied van asiel en migratie

of ga direct naar: