Expertisecentrum Europees Recht

C-601/13 Ambisig

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   28 januari 2014
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   14 februari 2014
Schriftelijke opmerkingen:                   14 maart 2014
Trefwoorden: openbare aanbestedingen; gunningscriteria

Onderwerp
Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten

In november 2011 schrijft de president van het uitvoerend comité van Nersant (POR regionale associatie van bedrijven) een aanbesteding uit voor vormings- en adviesdiensten voor de uitvoering van een project gericht op het MKB over veiligheid en gezondheid op het werk, kwaliteit en milieu.
In de voorwaarden is opgenomen dat de opdracht zal worden gegund aan de economisch voordeligste inschrijver, en zijn de wegingsfactoren beschreven.
Verzoekster doet mee maar zal volgens het in december 2011 opgestelde voorafgaande verslag de aanbesteding niet winnen. Zij maakt dan gebruik van het recht op een voorafgaande hoorzitting waar zij aanvoert dat het gunningscriterium onrechtmatig is. Zij constateert strijd met de kwalitatieve selectiecriteria van RL 2004/18. In het definitieve eindverslag wordt van de hoorzitting geen melding gemaakt. Medio februari wordt alsnog een supplement toegevoegd aan het eindverslag waarin is aangegeven dat het aanbestedingscomité het niet eens is met verzoeksters visie op de onrechtmatigheid van het gunningscriterium. Het gaat om de gunningsfactor die betrekking heeft op de beoordeling van de ervaring en de curricula van de met de uitvoering van de opdracht belaste professionals.
Zowel in eerste instantie als bij het beroep op de administratieve rechtbank wordt verzoekster in het ongelijk gesteld. Zij gaat dan in cassatie.

De verwijzende POR rechter (hoogste Admin Rb) legt de volgende vraag voor aan het HvJEU:
„Is het verenigbaar met richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004, zoals gewijzigd, dat bij de aanbesteding van intellectuele diensten van vorming en adviesverlening onder de factoren waaruit het gunningscriterium voor de inschrijvingen van een openbare aanbesteding bestaat, een factor wordt opgenomen die strekt tot beoordeling van de teams die de inschrijvers specifiek voorstellen voor de uitvoering van de opdracht, waarbij rekening wordt gehouden met de samenstelling van de respectieve teams en de aangetoonde ervaring en curricula van de leden ervan?”

Specifiek beleidsterrein: EZ