Expertisecentrum Europees Recht

C-339/17 Verein für lauteren Wettbewerb

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie.

Termijnen: Motivering departement:    24 juli 2017
Schriftelijke opmerkingen:                    10 september 2017

Trefwoorden: consumentenbescherming, mededinging, merken

Onderwerp: - (Rectificatie van) Verordening (EU) nr. 1007/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2011 betreffende textielvezelbenamingen en de desbetreffende etikettering en merking van de vezelsamenstelling van textielproducten, en houdende intrekking van Richtlijn 73/44/EEG van de Raad en Richtlijnen 96/73/EG en 2008/121/EG van het Europees Parlement en de Raad (hierna: verordening).


Feiten:
Verzoeker (Verein für lauteren Wettbewerb e.V.) heeft bezwaar gemaakt tegen het online aanbod van verweerder (Princesport GmbH) wegens schending van artikelen van de Duitse wet op de oneerlijke mededinging (hierna: UWG) en de verordening. Op 05.07.2016 is een verstekvonnis gewezen tegen verweerder. Tegen dit verstekvonnis heeft verweerder op 25.07.2016 verzet aangetekend. Op 31.01.2017 vond de terechtzitting over dit verzet plaats. Bij beschikking van het Landgericht op 16.03.2017 zijn partijen erop gewezen dat het Landgericht beoogt het Hof van Justitie een prejudiciële vraag te stellen. Op 19.04.2017 heeft het Landgericht beslist de mondelinge behandeling weer te openen.

Verzoeker stelt dat een verduidelijking dat het een “zuiver textielproduct” betreft, verplicht is. Volgens verzoeker mag er slechts worden gekozen uit drie mogelijke omschrijvingen: “100%”, “zuiver” of “puur”.
De verplichting op grond van artikel 9 van de verordening om het gewichtspercentage van de in een product gebruikte textielvezels te vermelden, geldt ook voor producten die uit slechts één vezelsoort zijn samengesteld. De toevoeging “zuiver” mag ook niet naast “100%”, maar slechts in plaats daarvan, worden gebruikt. Niet toegestaan is de vermelding “100% zuivere katoen”, evenmin als “alleen katoen” of enkel “katoen” zonder nadere aanduidingen.
Verweerder is van mening dat de verordening dergelijke “zuivere textielproducten” niet verplicht om die producten als “zuiver” of “puur” te merken, maar dat de verordening alleen duidelijk maakt dat alleen “zuivere textielproducten” die toevoegingen mogen dragen (het gebruik van de bewoordingen zou niet verplicht zijn).

Overweging:

De beslissing hangt af van de vraag of en op welke manier artikel 7 lid 1 van de verordening in onderhavige zaak van toepassing is op de reclame-uitingen van verweerder. Volgens de rechtspraak van het Bundesgerichtshof (hoogste federale rechter in burgerlijke en strafzaken, Duitsland) dienen bepalingen van de verordening textielmerking die de merking van textielproducten reguleren, de consumentenbescherming en vormen zij derhalve regelingen inzake marktgedrag in die zin van UWG (oude versie).


Prejudiciële vragen:

1.         Dient artikel 7, lid 1, van verordening (EU) nr. 1007/2011 aldus te worden uitgelegd dat verplicht moet worden duidelijk gemaakt dat het een zuiver textielproduct betreft dat uit één enkele vezelsoort is samengesteld?

2.         Is het gebruik van één van de drie in artikel 7 van verordening (EU) nr. 1007/2011 genoemde toevoegingen „100 %”, „zuiver” of „puur” verplicht, of gaat het slechts om een keuze voor dergelijke producten, maar niet om een verplichting?

3.         Geldt de verplichting krachtens artikel 9, lid 1, van verordening (EU) nr. 1007/2011 om op het etiket of merk van een textielproduct de naam en het gewichtspercentage van alle samenstellende vezels te vermelden, ook voor zuivere [Or. 3] textielproducten, zoals die welke onder artikel 7 van verordening (EU) nr. 1007/2011 vallen?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: -

Specifiek beleidsterrein: EZ, VenJ