Expertisecentrum Europees Recht

C-647/17 Srf konsulterna

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie.

Termijnen: Motivering departement:    3 januari 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    20 februari 2018

Trefwoorden: btw

Onderwerp:
-           Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde;

Feiten:

Verzoeker is volledig eigendom van een beroepsorganisatie voor accountancy- en salarisconsultants. De vennootschap verzorgt onafhankelijke cursussen voor de leden van de organisatie en voor anderen. De meeste cursussen worden in Zweden gegeven, maar sommige worden in andere landen van de EU gegeven. De cursussen worden verzorgd voor belastingplichtigen die de zetel van hun bedrijfsuitoefening in Zweden hebben gevestigd of daar een vaste inrichting hebben. De onderneming wenste te vernemen of cursussen van vijf dagen in accountancy die in een ander land van de EU plaatsvinden, moeten worden geacht in Zweden te zijn gegeven en of daardoor Zweedse btw is verschuldigd. De Skatterättsnämnd is tot de slotsom gekomen dat de cursussen moeten worden geacht in Zweden te zijn verkocht en dat bijgevolg Zweedse btw is verschuldigd. Verzoeker is het eens met de uitlegging van de Skatterättsnämd. De belastingdienst daarentegen stelt dat de uitlegging door de Skatterättsnämnd moeilijkheden kan opleveren om te beoordelen of in een specifiek geval sprake is van het recht om op een bepaalde plaats aanwezig te zijn dan wel van het recht om aan een opleiding deel te nemen. De uitlegging lijkt ook in strijd te zijn met artikel 32(2) van de uitvoeringsverordening. Volgens dit artikel vallen seminars onder de uitdrukking “toegang tot educatieve evenementen”, maar volgens de uitlegging van de Skatterättsnämnd zouden zij daar niet onder mogen vallen, aangezien deelname aan seminars een recht op deelname aan opleidingen impliceert.

Overweging:

De centrale vraag is of een dienst die recht geeft op deelname aan een cursus van vijf dagen over accountancy die wordt verzorgd voor belastingplichtigen, moet worden aangemerkt als het verlenen van toegang tot een evenement in de zin van artikel 53 van de btw-richtlijn. Als dat het  geval is, moet de dienst worden geacht te zijn verricht in het land waar de cursus daadwerkelijk plaatsvindt. Er zijn geen beslissingen van het Hof waaraan aanwijzingen kunnen worden ontleend over de wijze waarop artikel 53 moet worden uitgelegd in verband met diensten als die welke in deze zaak aan de orde zijn. Het ontbreekt in het algemeen aan duidelijkheid over hoe artikel 53 zich verhoudt tot de algemene regel van artikel 44. Een meer specifieke onduidelijkheid betreft de vraag of het gebruik van het woord “toegang” in artikel 53 impliceert dat de bepaling niet zozeer verwijst naar het recht om op een bepaalde plaats aanwezig te zijn, als wel naar het recht om bijvoorbeeld aan een opleiding deel te nemen, tot welke conclusie de Skatterättsnämnd is gekomen. Tevens is onduidelijk of bij de uitlegging van de uitdrukking “toegang tot evenementen” in aanmerking moet worden genomen of de verkoper bij de verkoop van kaartjes voldoende informatie ontvangt om uit te maken of de koper al dan niet een belastingplichtige is. Het is evenmin duidelijk of factoren als de duur van de cursus en de betalingswijze relevant zijn voor de uitlegging van het artikel.

Prejudiciële vragen:

Moet de uitdrukking “toegang tot evenementen” in artikel 53 van de btw-richtlijn aldus worden uitgelegd dat zij zich uitstrekt tot een dienst die bestaat in een cursus van vijf dagen over accountancy die enkel wordt verzorgd voor belastingplichtigen en waarvoor vereist is dat zowel registratie als betaling op voorhand plaatsvindt?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Gourmet Classic C-458/06; A en B C-453/15.

Specifiek beleidsterrein: FIN-fiscaal