Expertisecentrum Europees Recht

C-569/18 Caseificio Cirigliana srl e.a.

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     7 november 2018
Schriftelijke opmerkingen:                      24 december 2018

Trefwoorden: oorsprongsbenamingen

Onderwerp:  - Verordening 1151/2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en

levensmiddelen (‘verordening oorsprongsbenamingen’ )


Feiten:

De vennootschappen Caseificio Cirigliana e.a. produceren en verkopen buffelmozzarella van de regio Campanië met een BOB, maar ook buffelmozzarella zonder BOB en „gemengde” mozzarella „van koe- en

buffelmelk”. In 2014 stellen zij bij de bestuursrechter in Lazio beroep in tegen de ministeriele regeling waarin wordt bepaald dat dat de productie van mozzarella moet plaatsvinden in een fysieke gescheiden ruimte dan die waarin de productie van Mozzarella di Bufala Campana BOB plaatsvindt. Het verbod om maar enig ander ingrediënt dan de buffelmelk te mogen verwerken in een buffelmozzarella BOB fabriek vergt extra investeringen van de bedrijven voor de aanschaf van aparte productie- en opslaginstallaties, of tot stopzetting van de productie van producten zonder BOB, zoals mozzarella van gemengde koe- en buffelmelk. Volgens verzoeksters is dit in strijd is met het beginsel uit de verordening oorsprongsbenamingen die als voornaamste doel heeft de waarde van „beschermde” producten te vergroten als aanvulling op het plattelandsontwikkelingsbeleid en het landbouwbeleid, met name in

achtergebleven regio’s, wat de regio Campanië in feite is. Het beroep wordt verworpen en verzoeksters stellen beroep in bij de verwijzende rechter (Consiglio di Stato).


Overweging:

De Consiglio di Stato overweegt met name dat het Unierecht meer een algemene tendens toont om binnen het gemeenschappelijk landbouwbeleid een grotere waarde aan de kwaliteit van de producten toe te kennen teneinde de faam daarvan te verhogen, met name dankzij het gebruik van de oorsprongsbenamingen. Deze oorsprongsbenamingen dienen als garantie dat het product waaraan zij zijn toegekend uit een bepaald geografisch gebied afkomstig is en bepaalde bijzondere kenmerken heeft. Zij kunnen bij consumenten een grote faam genieten, en voor de producenten die aan de voorwaarden voor het gebruik daarvan voldoen een essentieel middel zijn om een clientèle te creëren. De faam van de oorsprongsbenamingen hangt af van het imago dat zij bij de consument genieten. Dit imago hangt dan weer hoofdzakelijk af van de bijzondere kenmerken en, in het algemeen, de kwaliteit van het product. De faam van het product is uiteindelijk op dit laatstgenoemde aspect gebaseerd. In de ogen van de consument hangt het verband tussen de faam van de producenten en de kwaliteit van de producten bovendien af van zijn overtuiging dat de met een oorsprongsbenaming verkochte producten authentiek zijn.

Verzoeksters betogen evenwel dat een maatregel als bij artikel 4, lid 1, van wetgevend besluit nr. 91/2014 is ingevoerd – waarbij wordt voorgeschreven dat de producten die mede of uitsluitend worden vervaardigd van andere melk dan die afkomstig van in het controlesysteem voor de BOB Mozzarella di Bufala Campana geregistreerde veehouderijen ook binnen dezelfde fabriek in een aparte ruimte worden geproduceerd, om te voorkomen dat melk afkomstig van in het controlesysteem voor de BOB Mozzarella di Bufala Campana geregistreerde veehouderijen in aanraking komt met andere melk, en zelfs elke namaak te voorkomen – veel verder gaat dan deze vormen van bescherming om de kwaliteit van de producten op te waarderen.


Prejudiciële vragen:

Het Hof wordt verzocht vast te stellen of de artikelen 3, 26, 32, 40 en 41 VWEU en de artikelen 1, 3, 4, 5 en 7 van verordening 1151/2012/EU tot instelling van een regeling voor beschermde oorsprongsbenamingen, volgens welke de lidstaten zowel de vrije concurrentie van producten binnen de Europese Unie als de bescherming van kwaliteitsregelingen ter ondersteuning van achtergebleven

landbouwgebieden dienen te garanderen, aldus moeten worden uitgelegd dat zij eraan in de weg staan dat het nationale recht een beperking stelt aan de productie van Mozzarella di Bufala Campana BOB in die zin dat deze enkel mag worden gemaakt in fabrieken die zich uitsluitend met de productie daarvan bezighouden, en waarin geen melk mag worden bewaard en opgeslagen die afkomstig is van niet in het controlesysteem voor de beschermde oorsprongsbenaming Mozzarella di Bufala Campana geregistreerde veehouderijen.

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Arresten van het Hof in de zaken C-108/01 Consorzio del Prosciutto di Parma en Salumificio S. Rita en C-388/95 België/Spanje.

Specifiek beleidsterrein: LNV