Expertisecentrum Europees Recht

C-686/17 Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs Frankfurt am Main

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie.

Termijnen: Motivering departement:    31 januari 2018
Schriftelijke opmerkingen:                    17 maart 2018

Trefwoorden: etikettering; oorsprongsbenaming; douanewetboek

Onderwerp:
-           Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten
-           Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad;
-           Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame;

Feiten:

Verzoekster is de Duitse vereniging ter bestrijding van oneerlijke mededinging. Verweerster teelt en verhandelt gekweekte champignons met de vermelding ‘Oorsprong: Duitsland’. Het productieproces van de champignons verloopt in verschillende stappen. Samengevat komt het erop neer dat de productiecyclus voorafgaand aan de oogst in België en/of Nederland plaatsvindt. De champignons bevinden zich slechts voor de oogst in Duitsland. Volgens verzoekster is de oorsprongsvermelding van de paddenstoelen ‘Oorsprong: Duitsland’ zonder aanvullende toelichting misleidend en zij heeft verweerster in december 2013 dienaangaande gemaand voorafgaand aan een eventuele gerechtelijke procedure. De regionale rechter in eerste aanleg heeft de vordering van verzoekster afgewezen. In hoger beroep heeft verzoekster tevens terugbetaling van de aanmaningskosten ten bedrage van €219,35 met rente gevorderd. Verzoeksters hoger beroep is zonder succes gebleven. Met haar door de rechter in hoger beroep toegestane beroep in Revision handhaaft verzoekster haar vordering. Verweerster vordert verwerping van het beroep in Revision.

Overweging:

In dit geschil rijst om te beginnen de vraag of verweerster ingevolge artikel 113 bis(1) van verordening 1234/2007 en artikel 76(1) van verordening 1308/2013 juncto artikel 23 en artikel 60(1) van het douanewetboek van de Unie verplicht is om de door haar in de handel gebrachte paddenstoelen te voorzien van de vermelding ‘Oorsprong:Duitsland’. Dit hangt af van het antwoord op de vraag of bij de toepassing van de bepalingen uit de verordening moet worden uitgegaan van de douanerechtelijke definities en van het antwoord op de vraag of in de omstandigheden van het onderhavige geval het land van oogst als land van oorsprong in de zin van het douanewetboek van de Unie geldt. Voorts moet worden nagegaan of het in artikel 2(1)a richtlijn 2000/13 en artikel 7(1)a van verordening 1169/2011 geregelde misleidingsverbod toepassing moet vinden op de door artikel 113bis(1) van verordening 1234/2007 en artikel 76(1) van verordening 1308/2013 voorgeschreven vermelding van het land van oorsprong en of bij deze vermelding van het land van oorsprong informatieve toevoegingen mogen worden opgenomen om een schending van het misleidingsverbod tegen te gaan.

Prejudiciële vragen:

1. Moet voor de uitlegging van het begrip „land van oorsprong” als bedoeld in artikel 113 bis, lid 1, van verordening (EG) nr. 1234/2007 en artikel 76, lid 1, van verordening (EU) nr. 1308/2013 worden uitgegaan van de definities in de artikelen 23 e.v. van het douanewetboek en artikel 60 van het douanewetboek van de Unie?

2. Zijn gekweekte champignons die in het binnenland worden geoogst, volgens artikel 23 van verordening (EEG) nr. 2913/92 en artikel 60, lid 1, van verordening (EU) nr. 952/2013 van oorsprong uit dat land, wanneer wezenlijke productiestappen in andere lidstaten van de Europese Unie plaatsvinden en de gekweekte champignons pas drie of minder dagen vóór de eerste oogst naar het binnenland zijn overgebracht?

3. Dient het misleidingsverbod van artikel 2, lid 1, onder a), i), van richtlijn nr. 2000/13/EG en van artikel 7, lid 1, onder a), van verordening (EU) nr. 1169/2011 te worden toegepast op de volgens artikel 113 bis, lid 1, van verordening (EG) nr. 1234/2007 en artikel 76, lid 1, van verordening (EU) nr. 1308/2013 voorgeschreven vermelding van het land van oorsprong?

4. Mogen bij de door artikel 113 bis, lid 1, van verordening (EG) nr. 1234/2007 en artikel 76, lid 1, van verordening (EU) nr. 1308/2013 voorgeschreven vermelding van het land van oorsprong informatieve toevoegingen worden opgenomen, teneinde een krachtens artikel 2, lid 1, onder a), punt i), van richtlijn nr. 2000/13/EG alsmede artikel 7, lid 1, onder a), van verordening (EU) nr. 1169/2011 verboden misleiding tegen te gaan?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: FIN; LNV