Expertisecentrum Europees Recht

EU-Hof erkent bevoegdheid van rechters zowel in lidstaat waar de schade intreedt als waar de schade wordt veroorzaakt

In verband met de aanvraag van een verklaring voor recht dat de verkooppraktijk van een onderneming niet onrechtmatig is en dat zijn concurrenten op basis daarvan geen vordering kunnen instellen, vroeg de Duitse rechter aan het EU-Hof of het EU-recht een dergelijke verklaring toestaat.

Folien Fisher is als onderneming gevestigd in Zwitserland en is actief op de markt voor gelamineerd papier en folie. Een Italiaanse concurrent, Ritrama, klaagt dat Fisher in strijd handelt met het kartelrecht door het bieden van oplopende kortingen in verhouding tot de gekochte hoeveelheid, en de weigering haar octrooilicenties toe te staan. Folien Fisher vroeg daarom aan de Duitse rechter een verklaring voor recht dat zijn handelswijze niet onrechtmatig is.

De Duitse rechter vraagt nu het EU-Hof of artikel 5 van verordening 44/2001 het mogelijk maakt om een declaratoir vonnis uit te spreken gericht op het ontkennen van aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Artikel 5 van de verordening bepaalt in punt 3: „Een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, kan in een andere lidstaat voor de volgende gerechten worden opgeroepen: (3) ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad: voor het gerecht van de plaats waar het schade brengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen”.

Het EU-Hof oordeelde dat bij een vordering uit onrechtmatige daad de rechter bevoegd is van de plaats waar het schade brengende feit zich kan voordoen en op de plaats waar de schade is geleden. Het doel van de verordening verzet zich daarom niet tegen een situatie waarin een declaratoir vonnis ook onder artikel 5 van de verordening valt, omdat een vordering uit onrechtmatige daad niet per definitie door de benadeelde zou moeten worden ingesteld.

De uitspraak van het Hof vindt u hier.