Expertisecentrum Europees Recht

Kabinet evalueert EU-transparantie onder Nederlands Voorzitterschap

De evaluatie van het arrest Access Info Europe heeft niet tot meer openheid over standpunten van lidstaten geleid. Ook wilden de andere lidstaten geen versoepeling van de openbaarheid in het Reglement van Orde van de Raad. Wel wordt tegenwoordig ruim 80% van de Limité-documenten op verzoek vrijgegeven. Dat blijkt uit een kamerbrief over de verbetering van de transparantie van het EU besluitvormingsproces tijdens het NL Voorzitterschap.

Initiatieven van het Nederlandse Voorzitterschap ten aanzien van Europese Transparantie

In zijn eerdere brief van 1 maart 2016, heeft het kabinet zijn initiatieven voor grotere en actieve transparantie van het Europees besluitvormingsproces uiteengezet met als doel het draagvlak voor de Europese Unie te vergroten. Lees ook het ECER-bericht van 4 maart 2016 over de initiatieven van het Nederlands Voorzitterschap,  de EU instellingen en lidstaten, het regelgevend kader en de specifieke beleidsterreinen.

Op 21 juni 2016 is een nota van het voorzitterschap over de uitvoering van het Inter-Institutioneel Akkoord Beter Wetgeven met betrekking tot transparantie verschenen. Tijdens het Algemeen Overleg ter voorbereiding van de Raad Algemene Zaken (RAZ) van 24 juni 2016 heeft het kabinet toegezegd de Kamer te informeren over de voortgang in het verbeteren van transparantie.

 

Kamerbrief: De transparantie van het EU besluitvormingsproces en de uitvoering van het arrest Access Info Europe

In zijn brief van 16 september 2016, informeert het kabinet de Kamer over de uitvoering van het arrest Acces Info Europe, (C-280/11), de uitkomsten van de evaluatie over de overeengekomen werkwijze van de Raad naar aanleiding van het arrest,  alsmede over de toegang van deskundigen tot zogenaamde Limité-documenten (interne onderhandelingsdocumenten van de Raad). Ook blikt hij terug op de inzet van het Nederlands voorzitterschap op het terrein van EU transparantie.

 

Evaluatie uitvoering arrest Access Info Europe

In zijn uitspraak van 17 oktober 2013 Access Info Europe (C-280/11) heeft het Hof bepaald dat een verzoek op basis van verordening 2001/1049 tot toegang tot documenten in lopende Europese wetgevingsdossiers, waarin individuele standpunten van lidstaten staan opgenomen in beginsel moet worden gehonoreerd. Het Hof oordeelt dat de uitzonderingsgronden van verordening 2001/1049 restrictief moeten worden uitgelegd.

Na dit arrest rees de vraag hoe in het vervolg zou worden omgegaan met de opname van individuele standpunten in Raadsdocumenten. Het EU-recht verplicht er niet toe deze standpunten op te nemen.  De Raad heeft afgesproken dat de namen van individuele lidstaten worden opgenomen indien dit ‘passend’ wordt geacht. De criteria voor deze afweging zijn de bestaande praktijk, de impact op de efficiëntie van de besluitvorming, het belang van het kunnen volgen van ontwikkelingen in de besluitvorming en de gevoeligheid van het dossier.

Uit de evaluatie blijkt dat het criterium van de bestaande praktijk leidend is in de afweging. Nederland heeft tijdens de bespreking van de evaluatie aandacht gevraagd voor het in lijn brengen van bijlage II van het Reglement van Orde van de Raad met de uitspraak van Access Info Europe, dat bepalingen over toegang van het publiek tot documenten van de Raad bevat. Geen van de andere lidstaten sprak hier echter actief steun voor uit.

 

Limité-documenten

De Hofuitspraak Acces Info Europe legt geen verplichting op om de richtsnoeren voor de behandeling van Limité-documenten (interne Raadsdocumenten) aan te passen. In de regel worden Limité-documenten of op verzoek, of na afronden van het wetgevingsproces openbaar. Tijdens het Nederlands voorzitterschap was het doel om de Limité-documenten zo vroeg mogelijk openbaar te maken. Op dit terrein zijn concrete resultaten geboekt: zo heeft de Raadswerkgroep Statistiek besloten voor hun documenten geen Limité-markering te hanteren.

Terugblik initiatieven op terrein van transparantie

Zoals blijkt uit de Kamerbrief van 1 maart 2016 en het ECER-Bericht van 4 maart 2016 stond het verbeteren van de EU transparantie hoog op de agenda van het Nederlands voorzitterschap. De minister evalueert de initiatieven. De Europese Commissie dankt Nederland in een brief van 23 juni 2016 voor de steun voor een herzien Europees transparantieregister dat het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie omvat. Ook juicht de Commissie de initiatieven van Nederland om inzage te verlenen in onderdelen van de agenda’s van de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger de plaatsvervangend Permanent Vertegenwoordiger en de Vertegenwoordiger bij het Politiek en Veiligheidscomité van de EU toe.

Daarnaast heeft Nederland de geraamde uitgaven van de centrale projectorganisatie voor het voorzitterschap vrijgegeven en een financieel overzicht gestuurd over de resultaten van het voorzitterschap. Verder is Transparency Camp Europe georganiseerd met een conferentie op 1 juni in Amsterdam waar gepraat werd over de verbetering van de transparantie in het EU besluitvormingsproces. Bovendien heeft in de RAZ op 30 juni 2016 een bespreking plaatsgevonden over de implementatie van het Inter-Institutioneel akkoord Beter Wetgeven (IIA), waar is ingegaan op het verbeteren van transparantie.

Verder wijst het kabinet op de verbetering van de transparantie op het specifieke terrein van belastingen. Onder het Nederlands Voorzitterschap hebben de ministers van Financiën politieke overeenstemming bereikt over de uitwisseling van belastinggegevens tussen belastingdiensten. Voorts zijn verdere stappen gezet met het aannemen van Raadsconclusies om de EU-Gedragscodegroep transparanter te maken.

Het kabinet kondigt tot slot aan zich te blijven inzetten voor de verbetering van de transparantie van de EU.

 

Meer info: