Expertisecentrum Europees Recht

Toestemming abonnee voor opneming in een telefoongids geldt ook voor gidsen in andere lidstaten

Toestemming van een abonnee om opgenomen te worden in een telefoongids dekt tevens gebruik van die gegevens in een andere lidstaat. De bescherming van persoonsgegevens van abonnees kan in de hele Europese Unie op dezelfde wijze worden gewaarborgd. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op vragen van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 15 maart 2017 in de zaak C536/15 (Tele2 Netherlands B.V., Ziggo B.V., en Vodafone Libertel B.V. tegen Autoriteit Consument en Markt). 

De Belgische vennootschap EDA biedt telefooninlichtingendiensten aan vanuit Belgiƫ. EDA heeft de Nederlandse providers gevraagd om hun abonneegegevens beschikbaar te stellen. Naar de mening van EDA zijn de providers hiertoe gehouden op grond van de zogenoemde Universeledienstrichtlijn ( EU-Richtlijn 2002/22). De providers hebben dit geweigerd.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft naar aanleiding van dit geschil twee vragen voorgelegd aan het Hof.

Verstrekking abonneegegevens

De eerste vraag is of een onderneming op grond van de Universeledienstrichtlijn gehouden is om abonneegegevens te verstrekken aan een aanbieder van telefooninlichtingendiensten in een andere lidstaat.

Het EU-Hof is van oordeel dat de abonneegegevens moeten worden verstrekt, aangezien in artikel 25 Universeledienstrichtlijn staat dat aan alle redelijke verzoeken moet worden voldaan. Er wordt geen onderscheid gemaakt naar de lidstaat waar de verzoekende onderneming is gevestigd. Bovendien zou een weigering van het verstrekken van de abonneegegevens aan een onderneming in een andere lidstaat in strijd met het non-discriminatiebeginsel zijn.

Keuzerecht abonnee

De tweede vraag die aan het EU-Hof is voorgelegd is of er een keuzemogelijkheid is voor de abonnee. Met andere woorden, of het is toegestaan om wel toestemming voor opname in een telefoongids in bijvoorbeeld BelgiĆ« te geven en niet voor Duitsland. 

Het EU-Hof stelt dat als de abonnee toestemming heeft gegeven voor opname in een telefoongids en duidelijk is gemaakt dat zijn abonneegegevens ook aan derden kunnen worden verstrekt, er niet opnieuw toestemming hoeft te worden gevraagd voor het verstrekken van de gegevens aan een andere aanbieder. Dit kan geen afbreuk doen aan de kern van het recht op bescherming van persoonsgegevens, zoals erkend in artikel 8 van het EU-Handvest van de grondrechten.

In dit verband merkt het Hof op dat, ongeacht de vestigingsplaats van de onderneming die de telefoongids aanbiedt, de EU-regels voor persoonsgegevens in grote mate zijn geharmoniseerd. Bescherming van de persoonsgegevens kan dus overal op dezelfde wijze worden gewaarborgd.