Expertisecentrum Europees Recht

Auteur mag herplaatsing van internetfoto’s op andere site verbieden

Voor het plaatsen op een website van een foto die met toestemming van de auteur vrij toegankelijk was op een andere website is een nieuwe toestemming van de auteur vereist. Dit geldt zelfs voor foto’s met bronvermelding in een schoolpresentatie die door de school online wordt gezet. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op vragen van een Duitse rechter.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 7 augustus 2018 in de zaak C-161/17 (herplaatsing foto’s op internet)

Een Duitse fotograaf gaf de beheerders van een reiswebsite toestemming om een van zijn foto's op hun website te publiceren. Een leerling van een middelbare school in het Duitse Land Nordrhein-Westfalen downloadde die foto van de reiswebsite (waar hij vrij toegankelijk was) om een schoolpresentatie te illustreren. Vervolgens werd die presentatie gepubliceerd op de website van de school.

De fotograaf heeft bij de Duitse rechter beroep ingesteld tegen de deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen met het oog op een verbod op de reproductie van zijn foto. Tevens vordert hij een schadevergoeding van € 400,-.

De fotograaf stelt dat hij alleen aan de exploitanten van de reiswebsite een gebruiksrecht heeft verleend en dat het plaatsen van de foto op de website van de school een inbreuk op zijn auteursrecht vormt.

In dit verband verzoekt het Duitse Bundesgerichtshof het EU-Hof om uitleg van artikel 3, lid 1, van de Auteursrechtrichtlijn 2001/29/EG, op grond waarvan de auteur van een werk het uitsluitende recht heeft de mededeling van dat werk aan het publiek toe te staan of te verbieden.

Het Bundesgerichtshof wil weten of het begrip "mededeling aan het publiek" ook betrekking heeft op het zonder beperkingen en met toestemming van de auteursrechthebbende op een website plaatsen van een eerder op een andere website gepubliceerde foto.

Het EU-Hof beantwoordt deze vraag bevestigend.

Het Hof stelt in de eerste plaats vast dat een foto door het auteursrecht kan worden beschermd op voorwaarde dat het gaat om een intellectuele schepping van de auteur die zijn persoonlijkheid weergeeft en bij de productie van die foto zijn vrije en creatieve keuzes tot uitdrukking brengt. Of aan deze voorwaarde is voldaan, moet het Bundesgerichtshof zelf nagaan.

Het Hof oordeelt voorts dat, onder voorbehoud van de uitputtende beperkingen en restricties waarin deze richtlijn voorziet, elk gebruik van een werk door een derde zonder dergelijke voorafgaande toestemming moet worden geacht inbreuk te maken op het auteursrecht op dat werk. Met de richtlijn wordt beoogd een hoog niveau van bescherming van auteurs tot stand te brengen, zodat zij een passende beloning kunnen krijgen voor het gebruik van hun werken, ook bij mededeling aan het publiek.

In dit geval moet het plaatsen op een website van een eerder op een andere website geplaatste foto, nadat deze eerst naar een particuliere server is gekopieerd, worden aangemerkt als "beschikbaarstellen" en dus als een "mededelingshandeling" in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29. Deze plaatsing op het internet geeft de bezoeker van de website waarop de foto is geplaatst (in dit geval de website van de school) de mogelijkheid de foto op die website te bekijken.

Bovendien moet de beschikbaarstelling van een auteursrechtelijk beschermd werk op een andere website dan die waarop het werk aanvankelijk met toestemming van de houder van het auteursrecht is meegedeeld, in omstandigheden als in dit geval worden beschouwd als een beschikbaarstelling voor een nieuw publiek. In dergelijke omstandigheden bestaat het publiek waarmee de houder van het auteursrecht rekening houdt wanneer hij instemt met de mededeling van zijn werk op de website waarop het oorspronkelijk is gepubliceerd, uitsluitend uit gebruikers van die website, en niet uit gebruikers van de website waarop het werk vervolgens is gepubliceerd zonder toestemming van de houder van het recht of andere internetgebruikers.

In dit verband merkt het Hof op dat een dergelijke beschikbaarstelling moet worden onderscheiden van het beschikbaarstellen van beschermde werken door middel van een klikbare hyperlink die leidt naar een andere website waarop de oorspronkelijke beschikbaarstelling heeft plaatsgevonden. Voor het plaatsen van zo’n hyperlink is geen toestemmming van de rechthebbende nodig, zo oordeelde het EU-Hof in de zaak C-466/12 Svensson e.a. Anders dan hyperlinks, die bijdragen tot de goede werking van het internet, draagt de beschikbaarstelling op de ene website zonder toestemming van de auteursrechthebbende van een werk dat eerder met toestemming van deze auteursrechthebbende op een andere website is geplaatst, niet in dezelfde mate bij tot deze doelstelling.

Ten slotte merkt het Hof op dat het niet van belang is dat de auteursrechthebbende het gebruik van de foto door internetgebruikers niet heeft beperkt. De bescherming van de auteursrechthebbende geldt namelijk ook zonder een dergelijke formaliteit.