U bevindt zich op: Home › Producten en Diensten › Burgerzaken › Legalisatie van documenten › Apostilleverdrag
Het Verdrag tot afschaffing van het vereiste van legalisatie voor buitenlandse openbare akten ('s-Gravenhage, 5 oktober 1961, Trb. 1963, nr. 28) wordt officieel het Haags legalisatieverdrag genoemd. Inmiddels is de benaming Apostilleverdrag meer ingeburgerd. Het verdrag is opgesteld in 1960 tijdens de Negende Zitting van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht.
Het verdrag heeft als doel de soms tijdrovende of kostbare legalisatie van buitenlandse openbare akten af te schaffen, en te vervangen door een eenvoudige formaliteit.
Het Apostilleverdrag maakt legalisatie niet overbodig, maar vereenvoudigt de gebruikelijke formaliteiten in het internationale juridische verkeer, zonder verlies van rechtszekerheid. De legalisatieketen wordt beperkt tot één legalisatie, de apostillestempel. Met een apostille hoeft het document niet meer gelegaliseerd te worden door de ambassade of het consulaat van het land waar u het document gaat gebruiken.
De apostille als bedoeld in artikel 3 van het verdrag wordt op het stuk zelf of op een verlengstuk gesteld. Het formaat van de apostille is ten minste 9 centimeter in het vierkant en het opschrift 'Apostille (Convention de La Haye du 5 octobre 1961)' moet in de Franse taal zijn gesteld. De rest van de gegevens mag in de officiële taal van de autoriteit die haar afgeeft worden gesteld.
Voorbeeld van een Apostille
|
APOSTILLE (Convention de La Haye du 5 octobre 1961) 1. Land: ........................................................................................ Deze openbare akte 2. is ondertekend door ........................................................................ 3. handelende in de hoedanigheid van ...................................................... 4. is voorzien van het zegel stempel van .................................................... .................................................................................................. Voor echt verklaard 5. te ................................... 6. de ................................................... 7. door .......................................................................................... ................................................................................................. 8. onder nr. ..................................................................................... 9. Zegel stempel ................................ .......................10. Ondertekening: ............................... ............................................................. |
Als een stuk onder het verdrag valt, dient er op te worden gelet dat de voorgeschreven apostille op het stuk is geplaatst. Behoorlijk ingevuld, bevestigt de apostille de echtheid van de handtekening, de hoedanigheid waarin de ondertekenaar van het stuk heeft gehandeld en, in voorkomend geval, de identiteit van het zegel of het stempel op het stuk.
Naar bovenAls een stuk afkomstig is uit een land dat partij is bij het Apostilleverdrag dan dient de ontvangende autoriteit in eerste instantie vast te stellen of het stuk wel een openbare akte is in de zin van het verdrag.
Het verdrag geeft geen algemene regel ter bepaling van de inhoud van het begrip 'openbare akte', maar de partijen die het verdrag hebben opgesteld wilden de afschaffing van de legalisatie zoveel mogelijk bevorderen, dus het begrip 'openbare akte' moet in de ruimst mogelijke zin worden uitgelegd.
Gelet hierop vallen onder de openbare akten van het verdrag alle documenten die geen onderhandse akten zijn.
Onder openbare akten wordt volgens het verdrag in elk geval verstaan:
Het verdrag is niet van toepassing op:
De apostille wordt afgegeven door een daartoe aangewezen centrale autoriteit. In Nederland zijn dat de griffiers van de arrondissementsrechtbanken. In andere landen zijn dat vaak de ministers van Justitie of Buitenlandse Zaken.
Raadpleeg voor een overzicht van alle aangewezen autoriteiten in de diverse landen de website van de 'Hague Conference on International Private Law'.
Zijn er twijfels over de herkomst van het stuk, dan kan iedere belanghebbende contact opnemen met de autoriteit die de apostille heeft gezet.
De bevoegde autoriteiten zijn verplicht op grond van artikel 7 van het verdrag een register of kaartsysteem bij te houden, waarin van de afgegeven apostilles aantekening wordt gehouden. In dat systeem worden onder andere de volgende gegevens opgenomen:
Het Apostilleverdrag is geldig voor het gehele Koninkrijk der Nederlanden. Dit betekent dat zowel Nederland als de Nederlandse Antillen en Aruba zijn aangesloten. Dat betekent niet dat stukken afkomstig van de Nederlandse Antillen of Aruba die in Nederland gebruikt moeten worden, voorzien zouden moeten zijn van een apostille. Tussen de landen van het Koninkrijk wordt de legalisatie-eis niet gesteld.
Naar bovenNaast het Haags Legalisatieverdrag zijn er nog verdragen die het
vereiste van legalisatie helemaal afschaffen. Als een stuk
afkomstig is uit een land dat aangesloten is bij één van die
verdragen dan mogen de Nederlandse instanties geen legalisatie van
dat stuk vragen.
Voor bepaalde landen is meer dan één verdrag van toepassing en het
is dus mogelijk dat bepaalde stukken uit een land zijn vrijgesteld
van legalisatie en dat andere stukken van een apostille moeten zijn
voorzien.
De Verdragenbank geeft een partijenlijst met onder andere de data waarop het Apostilleverdrag voor staten in werking is getreden.
Naar bovenAls het Koninkrijk der Nederlanden bezwaar heeft gemaakt tegen het partij worden van een bepaalde staat, dan wordt het verdrag niet toegepast tussen het Koninkrijk en die staat.
Naar boven